Cultuurdragerschap

Cultuurdragerschap in de Zijnskring

Een artikel van Marianne de Soet en Titia Lachnit, mei 2018 

Leden van de Zijnskring hebben met hun toetreding tot de Zijnskring de intentie aangegeven om dragers te zijn van een verlichte cultuur. In dit artikel willen we duidelijk maken wat we onder het cultuurdragerschap in de Zijnskring verstaan en waarom wij dit belangrijk vinden. Daarnaast geven we een overzicht van elementen waarvan we denken dat ze ondersteunend zijn voor het cultuurdragerschap.

Context

De Zijnskring is één van de drie juwelen en daarmee een uitdrukking van verlichting. (a) Kringleden zijn padlopers en wij hebben ons gecommitteerd om verlichting op één te zetten; hebben de intentie om in het huis van Zijn te wonen. (b) Wij zijn verenigd in de Zijnskring om verlichting gezamenlijk handen en voeten te geven. In het samenzijn met andere Kringleden wordt onze verlichting gespiegeld, wat ons padloperschap stimuleert. Tegelijkertijd wordt in het contact, zoals dat in elke sociale context plaatsvindt, onze psyche getriggerd. Wij hebben ons gecommitteerd om alle hobbels op het pad, alle psychebewegingen, te zien en benaderen als vormen van verlichting.
Zijnskringleden zijn dus scheppers en dragers van een verlichte cultuur en het is de intentie dat ieder kringlid zich daarvan bewust is en dit cultuurdragerschap leert belichamen. We hebben wel wat hulp nodig om ons dit te blijven herinneren en daar actief aan bij te dragen. Hoe doen we dat nou?

Cultuurdragerschap

Cultuurdragerschap gaat over onze persoonlijke en verlichte wijze van zien, zijn en doen.
Het verwijst naar een spirituele houding in de zin dat we ons verbonden weten met de drie Juwelen, de leraar, de kring en de leer, en ons daar steeds opnieuw naar toewenden ‘als uitdrukking van rijkdomsbewustzijn, als vormgeving van onze liefde voor inspiratie’. (c) Het is de houding van de toegewijde die heeft gekozen voor het Zijnsgeoriënteerde pad van verlichte levenskunst en dit samen met medepadlopers wil praktiseren.

De kringleden scheppen met elkaar de cultuur van de kring, voelen zich daarvoor verantwoordelijk en willen er actief aan bijdragen: “Je belooft om een dragende rol op je te nemen naar de drie juwelen. Het is aan jou om deze te koesteren en vrucht te laten dragen”. (d) Deze houding is het allerbelangrijkst.
Daarnaast vraagt om de inzet van onze egofuncties, een volwassen houding. De houding van de praktiseerder gaat dus voorbij iets ‘moeten’ en ‘niet hoeven’, voorbij leuk en niet leuk, voorbij lust en onlust. We weten dat we bij willen dragen aan het grotere geheel en zijn bereid daarvoor ons (kinderlijk) verzet op te geven.

Alhoewel we in de Zijnskring een verlichte sanghacultuur willen vormgeven, hebben we geen voorbeelden van een verlichte sangha en er meestal ook geen ervaring mee. Bovendien is een cultuur een levend gebeuren en voortdurend in ontwikkeling. Het gaat om een kostbaar veld van in relatie zijn.
Een verlichte sanghacultuur is te faciliteren en daartoe is een aantal elementen ontwikkeld. (e) Als we de computer als metafoor gebruiken zouden we kunnen zeggen dat het cultuurdragerschap zowel ‘software’ als ‘hardware’ omvat.
De houding van de kringleden kun je zien als de ‘software’ van de cultuur. De ‘hardware’ wordt dan gevormd door de concrete elementen, zoals afspraken en regels, en de wijze waarop de Zijnskring is georganiseerd. Net als bij hardware van een computer gaat het niet om de inhoud (van de hardware) zelf, maar om het feit dat deze ondersteunend moet zijn aan de software. Vertaald naar onze situatie moeten de regels en organisatiestructuur van de Zijnskring ondersteunend zijn aan en stimulerend zijn voor ons commitment om verlichting te leven. De hieronder genoemde onderdelen van de organisatie van de Zijnskring bevorderen een verlichte kringcultuur.

Aspecten die cultuurdragerschap bevorderen

1. Het jaarlijks uit- en intreden tijdens het kringritueel
2. De praktiseergroepen
3. Het eren van de relatie
4. De studiedagen
5. De bewuste aandacht voor het thema ‘relatie leraar-student’
6. Het onderzoeken van motivatie voor intreden op verschillende niveaus
7. Je conformeren aan bepaalde regels en afspraken als uitdrukking van je commitment.

1. Het uit- en intreden tijdens het Kringritueel

Tijdens het jaarlijkse kringritueel wordt de Zijnskring ontbonden tijdens het uittrederitueel en daarna wordt met het intrederitueel een nieuwe Zijnskring gevormd. De jaarlijkse keuze voor een kringlid om al of niet in te treden in de Zijnskring, en als je dat doet, de gelofte te verversen, vormt een belangrijke bijdrage aan het cultuurdragerschap.
Zo kan elk kringlid ieder jaar opnieuw reflecteren op zijn/haar pad en kijken wat passend is voor dat moment. De keus is, hoe die ook uitvalt, erend naar hoe het is. Doordat elk jaar een bewuste keuze kan worden gemaakt, bevordert dit de motivatie en is er minder kans dat leden uit een sluipende vanzelfsprekendheid in de Zijnskring zitten.
Uittreden zonder opnieuw in te treden is een onproblematische mogelijkheid, waardoor blijkt dat (her)intreden in vrijheid kan worden overwogen.

2. Praktiseergroepen

Het doel van de praktiseergroepen is in groepsverband praktiseren en studeren wat in een leergang is aangereikt. De herinnering aan verlichting staat centraal. Het idee daarachter is dat gezamenlijke beoefening vanuit een zo hoog mogelijke optiek ondersteunend is voor het pad.
De groepen zijn regionaal georganiseerd, open en elk jaar wisselend van samenstelling. Zo wordt de kans op een vanzelfsprekende samenstelling en symbiotische hechting verminderd.
In de praktiseergroepen geven de kringleden het leven van verlichting samen handen en voeten. Overdrachten naar elkaar worden benaderd als brandstof voor verlichting en in opschoonmomenten in relatie gebracht.
Aan het eind van het kringjaar wordt het lopen van het pad binnen de bedding van de praktiseergroep geëvalueerd; vorderingen en haperingen kunnen worden besproken.
Leden van de praktiseergroep kunnen elkaar bevragen en feedback geven en zo een waardevolle bijdrage geven aan het pad van de individuele leden.
Sommige kringleden vormen spontaan een buddycontact. Dit blijkt behulpzaam te zijn op het pad, juist omdat in de huidige opzet van de praktiseergroepen weinig ruimte is om structureel te reflecteren op hoe wij ons pad lopen.

3. Eren van de relatie met elkaar

Het leren opschonen, ofwel eren van onderlinge relaties, blijkt een belangrijke voorwaarde voor een vitale kringcultuur. Op de verplichte jaarlijkse Kringrelatiedag leren we onder leiding en op een gestructureerde wijze, in de context van de praktiseergroep de kunst van het opschonen. We leren om obstakels in onze relatie met medepadlopers te zien als kostbaar en vruchtbaar. Vanuit deze benadering blijkt het uitspreken en bespreken van de obstakels erend te zijn naar de al gegeven verbinding. Op deze wijze blijken onze overdrachten en pre-ego bewegingen brandstof te zijn voor verlichting.
Ook wordt het eren van relaties door het uitspreken van onze waardering voor elkaar beoefend.

Elkaar aanspreken op cultuurdragerschap is belangrijk. Als we irritatie voelen ten aanzien van het gedrag van een medepadloper, dan dienen we dat eerst te subjectiveren. Hans zegt hierover: “Subjectiveren betekent niet dat je het zozeer op je eigen bord neemt dat je de ander nooit meer ergens op aanspreekt. Het is iets om uit te werken hoe subjectiveren en een statement maken samen kunnen gaan. In het algemeen is het een kwestie van eerst zelf goed kijken naar de overdrachtsverschijnselen, welke belangen je hebt en wat je probeert te verdedigen. Vaak blijft er dan wel degelijk iets over dat een bijdrage zou kunnen zijn. Dat probeer je op een bijdragende manier te communiceren. Dat is belangrijk voor de vitaliteit van de cultuur”. (f)

4. Studiedagen

Het doel van de studiedagen is dat ieder kringlid zich blijvend schoolt in het ontwikkelen van een juist begrip van en houding naar de drie juwelen van het pad. Door te contempleren, onszelf en elkaar te bevragen en te onderzoeken, vergroten we ons bewustzijn rondom deze thema’s. Daarbij maken we gebruik van onze conceptuele geest en leren die samen te laten werken met onze verlichte geest. Dat helpt ons om volwassen benen op ons pad te ontwikkelen.
De studiedagen zijn daarnaast gelegenheden waarin kringleden elkaar kunnen ontmoeten. De studiedagen blijken verrijkende bijeenkomsten zowel inhoudelijk als wat geïnspireerd samenzijn betreft, en dragen daarmee in belangrijke mate bij aan het ontwikkelen van cultuurdragerschap. Er wordt daarom van kringleden verwacht dat ze bij alle studiedagen aanwezig zijn.

5. De relatie leraar-student

Bewuste aandacht voor de relatie tussen spiritueel leraar en student is een belangrijke pijler voor het cultuurdragerschap. Kringleden hebben voorafgaand aan de eerste keer intreden, Hans als hun belangrijkste spiritueel leraar erkent.
Wij zien de relatie met onze leraar niet als een vanzelfsprekendheid, maar als een kostbaarheid, die gevoed en verzorgd moet worden. Het is aan ons, studenten, om daar ons aandeel aan te leveren. Een gezonde relatie met de leraar vergroot de kans op een gezonde relatie met medepadlopers, en daarmee de kans op een vitale inspirerende kringcultuur.

Een gezonde relatie met een leraar omvat twee pijlers: de devotionele toewending (guru-yoga) en de volwassen werkrelatie. (g)
In de devotionele toewending geven wij ons vertrouwen en wordt ons hart geraakt door de leraar. Zo stellen wij ons ontvankelijk op zodat de transmissie van verlichting kan plaatsvinden.
Het is ook van belang om een gezonde werkrelatie tussen leraar en student te ontwikkelen. Dat betekent dat de samenwerking vanuit volwassen afhankelijkheid plaatsvindt, dus zowel vanuit het besef dat je de leraar nodig hebt voor je pad, als vanuit het besef dat je je pad op eigen benen loopt. Hiervoor is het nodig dat we een diep begrip hebben van onze rol als student en deze rol helemaal innemen. Dit blijkt nog niet zo vanzelfsprekend en vraagt veelvuldig onderzoek naar overdrachten die wij naar onze leraar hebben.
In het artikel van Hans over overdracht en transmissie en het transcript van de eerste studiedag met het thema: de relatie met de leraar  wordt uitstekend beschreven wat de relatie met de leraar in ons kan oproepen. Ook het artikel ‘Bouwen aan de relatie met de spirituele leraar’ bevat interessante aanknopingspunten voor het onderzoek naar deze relatie.

6. Bewuste aandacht voor motivatie voor het pad

Het is belangrijk om vanuit een hoge motivatie in te treden in de Zijnskring, dat wil zeggen vanuit liefde voor de drie juwelen en het pad. Tegelijk zijn we ons niet altijd bewust dat lagere motieven ook meespelen. Als we ons niet voldoende bewust zijn van al onze motieven om in te treden en van de gelaagdheid daarin, kunnen we geen besluit nemen waarin we ons door onze hoogste motieven laten leiden. Daarom wordt voorafgaand aan het intreden aan potentiële intreders de Introductiedag Zijnskring aangeboden, waarin de motivatie om in te treden diepgaand onderzocht wordt. Niet alleen de diepste motivatie, maar ook motieven uit meer primitieve lagen van de psyche mogen daarin aan het licht komen. Deze aandacht voor onze motieven blijkt tot gevolg te hebben dat het intreden een meer bewust besluit wordt.

Daarnaast worden op deze Introductiedag belangrijke thema’s van de kring onderzocht, zoals de relatie met de leraar of het cultuurdragerschap. Potentiële intreders weten daardoor beter wat ze kunnen verwachten en vanuit welke motivatie ze hier wel of niet aan willen bijdragen.

Aan het eind van het kringjaar wordt het lopen van het pad binnen de bedding van de praktiseergroep geëvalueerd. De motivatie om al of niet opnieuw in te treden krijgt ook op deze wijze aandacht.

7. De rol van regels en afspraken

In de jaren voorafgaand aan de vorming van de Zijnskring (2013- 2014) heeft er een bezinning plaatsgevonden over het nut en de noodzaak van regels en afspraken. We kwamen daarin tot de conclusie dat we als volwassen padlopers realistisch moeten zijn en beseffen dat we regels als steun in moeilijke tijden nodig hebben. Dit is een heikel punt. Vanuit onze conventionele geest zullen we regels snel als verplichting ervaren, die we hetzij braaf uitvoeren of waartegen we ons denken te moeten verzetten. Regels kunnen ons superego activeren en ons zo in de kindpositie brengen.

Als cultuurdrager word je uitgenodigd de regels en afspraken vanuit een hogere optiek te benaderen, namelijk als uitdrukking van verlichting. Dan blijken ze een steun en stimulans om verlichting te leven en worden ze als verrijkend ervaren.
Voorbeelden van regels en afspraken zijn de stilte tijdens retraites, het opschonen van relaties, de aanwezigheidsplicht tijdens Kringdagen, de dagelijkse meditatiepractice. Ook dienstbaarheid is hier onderdeel van, daarbij kun je denken commissie- of corveetaken.
Ten slotte zijn er gedragsafspraken die we beloven na te leven, zoals niet roddelen of geen bondjes vormen.

De afspraak je te committeren aan een persoonlijke meditatiediscipline van gemiddeld 45 minuten per dag, verdient in het kader van cultuurdragerschap extra aandacht.
In meditatie train je belangrijke aspecten van verlicht leven, zoals stuurmanskunst, Zijn bij wat er is en het belichamen van je natuurlijke aard. Een gezonde meditatiepractice is een bijdrage aan ‘het (meditatie)lichaam’ van de Zijnskring. Daarmee ondersteunen we verlicht cultuurdragerschap en verlichte levenskunst.

Tot slot

Bovenstaande elementen zijn bedoeld om de vorming van een verlichte kringcultuur te ondersteunen. Wij menen dat ze de afgelopen jaren inderdaad hebben bijgedragen aan de gewenste ontwikkeling van de cultuur van de kring en we zijn blij met de huidige stand van zaken. Tegelijkertijd is de vorming van een cultuur mensenwerk en daarom levend en in beweging. Daarom is het belangrijk om onze neiging om dingen vast te zetten steeds te doorzien, zodat de ontwikkeling naar een verlichte sanghacultuur kan blijven doorgaan.

Bronnen

  1. H. Knibbe, Inleiding uit Transcript studiedag 21 oktober 2017 over de sangha, p.1
  2. H. Knibbe, Transcript 5e studiedag, p.1
  3. H. Knibbe, ‘Wat betekent het om cultuurdrager te zijn’. Dit artikel is geschreven t.b.v. de studiedag over cultuurdragerschap, 26 september 2015
  4. Idem
  5. De meeste van deze aspecten zijn het resultaat van een nauwe samenwerking tussen Hans, de overgangscommissie en een aantal meedenkende padlopers, in de periode voorafgaand aan de vorming van de Zijnskring (2013-2014). Na het opheffen van de Inspiratiekring en het Zijnspad in 2013 was er geen kring meer. Vanuit de wens om een nieuwe kring te vormen ontstond spontaan de overgangscommissie. Daarnaast is de huidige ontwikkeling van de Zijnskring een gevolg van de toewijding en inzet van de vele Kringleden.
  6. H. Knibbe, Inleiding uit Transcript studiedag 29 maart 2014 over de relatie met de leraar, p.3
  7. H. Knibbe, Inleiding uit Transcript studiedag 29 maart 2014 over de relatie met de leraar, p.1